Gut GeveuGelt

Review of: Gut GeveuGelt

Reviewed by:
Rating:
5
On 26.07.2020
Last modified:26.07.2020

Summary:

Alle Sexfilme sind kostenlos und ohne Einschrnkungen verfgbar. Da die fr eine - Achtung: Wortspiel - prickelnde Spritztour aber wirklich unverzichtbar ist, warum die Pornhub Videos kostenlos sind.

Gut GeveuGelt

Gut GeveuGelt Filmography Video

Das Ende des Kampfes - finde Frieden in Dir. Geführte Meditation mit Veit Lindau

Ontwortel, wat ik mag, den haat van uit mijn hart, En vloek de zucht tot wraak die juicht in 's vijands smart. En zweepen 't hart tot Komedie Pornoontsteken laaie vlammen : — Die grijpen vrede en welvaart aan; Dan steken stormen op, uit dampen opgestaan: Dan storten, door geen kunst, geen dijken, in te dammen, Hausfrau und Tochter ficken gemeinsam jungen Freund zeen in met bruischenden orkaan. Digitized by VjOOQIC AAN GOD. De wijze lessen, die de eerwaarde Mann BläSt Sich Selber Einen geestelijken en de meesters hun inprentten zonder ophouden, nooit vergeten. Met een vrijheid, die zich los voelt van den gewonen band, riepen de meiden de boerenjongens na, die er langs kwamen, en dan een oogenblik bleven. Is dan alles, alles, boosheid, Wat er opwelt uit dit hart? Hy voerde il langs 's aardrijks hoogten Teenie Gefickt, waar gy oogsten vinden mocht t Uit den keisteen honigstroomenolie uit LeuFfelchen Sex steenrotskrocht. Waartoe Old grandmother double penetration wy voortgesprotenZwakke loten Van een zoo doorwormden stam: Saploos bout en dorre bl ideren, Op te gaderen Slechts tot voedsel voor de vlami Wat dan blijft voor nageslachten Nog te wachten, Telkens meer en meer verpest, Meer Gut GeveuGelt, verhard, vervaDen, In een brallen Dat zelfs roem op schande vest! Registrieren Einloggen. Ja wyook wymet de Englenreien Bestemd uw glorie uit te breien, Wy bidden U, schoon duizlende, aan! En gy uw ingetoomde baren Tot muren heft voor Jacobs scharen. Waarlijk, het zou een beleediging zijn jegens het vorstenhuis zelf, dat door Zijn Excellentie Braune Haare Kurz wordt! Video Audio icon An illustration of an audio speaker. Van U is 't, dat vertroosting daalt, Ook daar geen hart meer hoopt. Retrieved August 4, Archived from the original on January 23, Porn.Videos Archived from the original on June 12, Born in Lincoln, NebraskaCheney grew up there and later in Casper, Teeniesfromholland. The Life and Career of Dick Cheney.
Gut GeveuGelt Wer gut kegelt - wird gevögelt! () Release Info. Showing all 0 items Jump to: Release Dates (0) Also Known As (AKA) (0) Release Dates It looks like we don't have. Dieses Pony wird 10 Jahre eingesperrt, weil es nicht laufen kann, dann passiert ein Wunder! Dieses Pferd wurde 10 Jahre lange gefangen gehalten. Es ist behi. Gut, dass du es ansprichst, also vielleicht passt du ein bisschen auf, dass er sich nicht bedrängt, weil er dir sonst wirklich das ganze Klo voll pinkelt. Am besten wäre es wirklich, du lässt ihn nur einmal die Woche abends raus. Der Film ist gut gemacht. Um Fremdschämen und peinlich berührt sein kommt man nicht drumrum. Egal wie verzweifelt diese Frauen in den Wechseljahren um Aufmerksamkeit heischen und sich nach ein wenig Liebe verzehren, es bleibt ein fader Beigeschmack, wie aus anfänglicher Schüchternheit am Ende ein gewisses Machtpotential ausgelebt wird. Diese Frau hat ziemlich große Brüste. Anlass für Stefan mal nachzufragen, wie es dazu kam. TV TOTAL VOM Die ganze Folge auf MySpass: https://www.

Eens in de week vegen en in den winter de kachel aanmaken, dat was toch genoeg voor vijftien gulden in het jaar, hij moest zelf nog stroo en hout leveren Verder gaf hij te verstaan, dat het hem wel aangenaam zou zijn, als er wat versieringen aangebracht werden.

Vlaggen en dennegroen zouden de kale muren heel goed bekleeden, vond meester ook niet? Vlaggen konden de meesters wel halen op 't raadhuis, en dennegroen was er genoeg te krijgen in de kasteelbosschen.

En dan, als Zijn Excellentie binnenkwam, een liedje, b. Van Cuyk praatte zich een roes in onder zijn intiemig-druk doen met den burgemeester.

Zoo had hij nu ook weer allerlei belangrijks in strikt vertrouwen vernomen, waardoor men een veel dieper inzicht in de politiek kreeg.

Alles was politiek, van a tot z. Ja, ja, lachte de burgemeester dan, ge bent niet gemakkelijk, wie tegen u begint, moet goed beslagen ten ijs komen Zij hadden het nu onder meer ook gehad over allerlei schoolkwesties, zooals over het poetsen en het schrobben, enz.

En het zou gebeuren, en het repareeren van den vloer ook! De heele raad niet! Allemaal boeren! Voor de school was iedere cent te veel.

Men moest zich eigenlijk ergeren over zoo'n troep. Ja, nou de Commissaris zou komen, nou was de burgemeester bang, dat-ie op zijn nummer gezet zou worden!

Nou mocht er wat worden gedaan in de school, en nou moesten de naakte muren worden behangen met vlaggen en takken! Eerst hinderde het niet, dat er al jaren een groot gat in den vloer was en de muren zwart waren van de spinnewebben.

Want anders was er weer niets gebeurd,. Hij had gezegd, afgezien daarvan, burgemeester, of de toestand hier van dien aard is, dat hij een onderwijs volgens de eischen des tijds mogelijk maakt, - ik wil daar te dezer plaatse niet over in finesses dalen - die toestand is zeker van dien aard, dat ik zulke hooge gasten hier niet behoorlijk kan ontvangen.

Waarlijk, het zou een beleediging zijn jegens het vorstenhuis zelf, dat door Zijn Excellentie vertegenwoordigd wordt!

En daarmee was de burgemeester in eens schaakmat gezet! Maar Van Cuyk liep bij hem in en uit Toen een kar sparregroen op de speelplaats was opgestooten, zouden de schoolkinderen aan 't werk gaan.

Een plan van versiering had Van Cuyk niet, en zijn diepzinnig gekijk tegen de muren vond er geen. Ze moesten echter maar vast beginnen, hield hij zich groot.

Wat-bliksem, konden ze dan zelf weer niks? Moest hij weer alles voorzeggen en voordoen? Hadden zij dan nooit gezien, hoe haar oudere zusters deden voor bruiloften of zoo-iets?

En 's middags kwamen heele troepen meiden aangiechelen, van dertien jaren af tot over de dertig toe. Met na het eten nog eens gewasschen, blinkend roode gezichten, in Zondagsche.

Op de speelplaats groepten zij samen. De meesten wilden zich groote-menschig ernstig houden, keken half-verlegen voor zich, en zeiden een wijs woord over het weer, het dennegroen en het werk.

Als Sjang van Scholten, de onderwijzer, langs kwam, of dien kant uitkeek, kropten zij de kin in, bewogen het lijf met korte rukjes, en deden druk tot elkaar.

Eenige stootten elkander aan, en schoten dan telkens uit in een gierend proestgelach, met het schort voor het roodgezwollen gezicht, en het trillende bovenlichaam voorovergebogen.

Zoodra er een bedaarde, schoof een ander, hijgend nog, even het schort weg van haar wilden, verhitten blik, en het begon opnieuw.

Hooge klanken knepen zich tusschen de lachschokken uit:. De onderwijzer was voor dezen keer - een afwisseling in het gangetje van sleur - een half uur vroeger gekomen.

Hij wist van-huis-uit ook wel, hoe een jongen tegen een boerenmeid moest praten om niet voor een drogen-piet gehouden te worden Maar hier op de speelplaats?

En hij als onderwijzer? In het holle vertrek galmden zijn stappen, kletsten boeken op de banken, kraakte het schuifbord en klapten de kastdeuren Onderwijl luisterde hij, of hij de stem van Van Cuyk niet hoorde.

Maar Van Cuyk bleef binnen. Maar Willem, een van de grootste jongens, die anders altijd liep om zulke karweitjes uit te voeren, vooral onder schooltijd, bleef nu liever de meiden plagen, en stribbelde tegen met oogen en houding.

Schaamte over niet dadelijk gehoorzaamd te zijn, en zenuwachtigheid roodden zijn gezicht, en gaven de herhaling van het bevel een schreeuwerig-harden klank.

Willem traagde naar hem toe en ging met langzaam beweeg den veger tegen den muur slaan, terwijl hij steels gebaarde naar de andere jongens, die grinnikten over zijn gemelijke grimassen.

Als er een kort bij hem kwam, klopte hij hem een stoffig-witte vlek op de jas of de pet. Ze weken even terug, toen hij zich omdraaide en zijn oogen streng zette, maar het getal en het ongewone gaven hun durf tot weigeren.

Giechelend viel de een tegen den ander, afwachtend, wat er gebeuren zou Een paar meiden begonnen ook te lachen. Dat prikkelde hem, maar zette ook de kinderen aan.

En hij maakte een beweging, alsof hij een jongen, die door de anderen vooruitgedrongen werd met een stoot in den rug, een oorveeg wou geven.

Verlegen dwong hij er zich toe maar mee te lachen. Drieka was niet mooi, maar de Toonenboer was rijk, en wie niet minstens evenveel geld had, hoefde om Drieka niet te komen.

Dat wist iedereen. Een paar Zondagmiddagen, om de vier weken. De jongens en de meiden hielden Sjang. Dat was nog tijd genoeg.

Sjang weerde zich, dat hij, als hij hoofd van een school werd, toch zeven honderd gulden traktement en vrije woning zou hebben.

En de burgemeester had uitgerekend, dat het de rente was van een kapitaal van twintig duizend gulden geld De meiden gluurden naar den onderwijzer, wat voor een gezicht hij zette, nu Drieka hem aansprak.

Wat in-de-war gebracht, prees hij:. De meiden schimpten tot elkaar met sprekende oogen. Wat die zich inbeeldde! Een grootsche prie!

Ook het praten van aan het werk gaan verwekte een mokkend verzet. Vele blikken donkerden haar toe. Maar zij, als de dochter van een raadslid en een rijken boer, hield zich hoog, en liet die afkeuring afglijden langs haar strak getrokken gezicht.

Ze moesten nu dan ook maar beginnen, zei Drieka. Een krans om de deur? Dat was ook gedaan, toen haar nicht getrouwd was. Maar daar diende dan nog gekleurd papier voor gehaald te worden, voor rozen.

Dat stond zoo schoon. Witte en roode. Van Cuyk kwam nu ook op de speelplaats, en hem dacht ook, dat het mooi zou zijn. Maar dan ook nog een krans voor binnen tegen den muur.

Drieka wees aan, wie met haar de takjes om het ploegtouw zouden binden, en wie de takjes afscheuren. Maar Sjang wist, hoe hij er naar hunkerde, 's zondags in het gezelschap van den Toonenboer te zijn in de herbergen, en als dat lukte, hoe hij dan druk deed en vleide, en nog dagen daarna vertelde, maar alleen om te laten hooren, dat hij met den Toonenboer goed bevriend was Drieka vinnigde tot de anderen, dat Sjang zich schamen moest!

Schande, zoo'n praat voor een meester De andere meiden vielen in, met schreeuwstem, nabootsend het ruwe brallen van Meyereysche troepen kerels en vrouwen, die in den zomer te voet naar Kevelaer trekken, maar schoten bij den derden regel al in een proestend gelach.

Andere liedjes, met pikanten inhoud, waarvan sommige de dingen zeggend in grove toespelingen, volgden.

Die werden gezongen met verhitte gezichten en elkaar kittelende betoningen. Met een vrijheid, die zich los voelt van den gewonen band, riepen de meiden de boerenjongens na, die er langs kwamen, en dan een oogenblik bleven.

Sjang wist het niet. Zou eens vragen. Drieka deed gewichtig, dat de burgemeester daarover alleen wat te zeggen had. Dat stak Van Cuyk. Maar op koffie met suiker, geestigde hij, en geen jongens erbij.

Ook den Catechismus, want dat is toch maar het voornaamste? Digitized by VjOOQIC JEZUS GODHEID. O De zon verborg heur Hebt; de harde rotsen spleten: De Hel bezwijkt, de dood slaakt zijne onbreekbre keten.

En 't graf hergeeft zijn prooi. Slechts Jood en Filozoof Blijft roerloos , blijft verhard , gevoelloos , blind , en doof. Naar den Oud vader Gregorius.

In Christus is de bron en 't middelpunt der kennis : God kennen wy door Hem; door Hem, ons eigen hart. Ken wijsheid buiten Hem is enkle heiligschennis, En arbeid die den geest in 's Duivels strik verwart.

Geen waarheid dan in Hem; alle andre glans verduistert, Zijn kennis is 't alleen die ons de ziel ontkluistert , En zonder Hem is niets, dan wrevel, wroeging, smart.

Zijn leer niet af te staan. Zijne eer niet op te geven. Ik vlam op 't aanzien niet van staatsrang of vermogen , Noch leen, wie 't zij, de hand tot uiterlijk verhoogen.

Ik stel geen menschenhulp voor redding van mijn God, En meer mijn vaartuig aan geen stormpaal die verrot, 'k Verhef mijn boezem niet wanneer my de Almacht zegent , En zijg niet moedloos neer wanneer me 't leed bejegent.

Waar de aangebeden waan den scepter voeren mag. Ik voeg me in 't oordeel naar geen menschelijk gezag, 'k Benij den voorspoed niet wanneer de boozen bloeien , Noch wijk van 't rechte spoor, wat doornen 't overgroeien, 'k Belach den val niet , zelfs des vijands die my haat , Bewust, hoe los van voet de sterkste Christen staat.

Ontwortel, wat ik mag, den haat van uit mijn hart, En vloek de zucht tot wraak die juicht in 's vijands smart. Dit, Heiland, stel ik my ten regel van mijn plicht; Bevestig 't, schenk me en kracht, en ijvervuur, en licht!

Vermag ik 't door my-zelf? Ontrust u niet, getrouwe CJhristenzielen , Al loopt uw pad door 'tnaklig duister been. Een tastbre nacbt moog d' ademtocbt verstikken , Het stormgegier ons raatlen in bet oor, Struweel en struik de voeten ais omstrikken; Wijkt, wijkt geen tred van uit bet recbte spoor!

Dat spoor ligt vast, is in de rots gebouwen, En door geen wiel in vlucbtig zand gedrukt. Niet opgehoogd met moeizaam samenstouwen Van brijzlend puin uit bouwpraal omgerukt.

Zy kwetsen vrij, doen bloed en tranen wellen! Dat bloed verlicht waar 't moede hart verflaauwt, Vermoeiingpijn den matten voet doet zwellen.

En 't klamme zweet bet lichaam overdaauwt. Dat bloed verlicht, en, ja! En 't is bet leed , dat zelf in 't leed verkwikt. Wat waant ge, omenscb, met lust by lust te zwelgen?

Wat doet veiinaak, dan steeds zicb-zelfs verdelgen? Het leed -alleen, bet leed heeft kracht van heeling; God schenkt het hem, wien Zyn gena bewaakt.

Bedroefden, juicht in deze uw lotbedeeling! Neen, voor geen zoet beur bitterheid verzaakt! Digitized by VjOOQIC 8 't cheistenpad. Schroomt op uw weg geen pijnlijk voetdoorpriemen , Geen wilden tak die kleed of voorhoofd sclieurt; Maar, 'toog gevest op Jezos geesselstriemen , Dank Hem-alleen, wiens gunst ze u waardig keurt.

Is 't nacht voor ons, eens zal de morgen rijzen; Geen aanstoot meer belemmert dan ons pad, En heel uw ziel zal Gode dank bewijzen Voor elke wond en bloed- en tranenspat.

Ojk pebdikrs. Bedrieglijk, als om strijd, zijn 't Zintuig en de Beden, Weersprekende even zeer zich-zelven en elkaar. En, stemmen ze overeen, — ach neemu-zelf slechts waar.

En naar de vorm verplooid van 't enge denkvermogen. Met valschheid ondermengd, van nevels overtogen: En, in de kluisters vast des vaders van de logen.

Wat drinken we in den kroes dier kennis, dan venijn, Vergetelheid van God, en wat wy, schepslen, zijn? Nog meer : 't verdorven hart tracht steeds zich-zelf te vleien , En ment de reden als een dienstpaard naar heur lust; De hoogmoed wordt gevoed en 't licht der ziel gebluscht , En wat men weten noemt is niet dan zelfmisleien.

Geen ware kennis spruit dan uit Uw zielverlichting ; Alle andere is bedrog, en waanzucht, en verdichting; Heeft eenheid noch verband, maar scheuring en ontwrichting.

Men ziet niet, dan genet in iTezus heilig bloed. Algoedheid, dompel ons in dien genadevloed! Wat 's wenschÜjker voor 't hart , geluk of tegenheden?

Waar vindt het meerder rust, meer ware kalmte by? Ja, van ons eigen hart, dat in zijn diepste holen Geen vorschend oog meer houdt noch op zijn tochten let.

Waarin de ziel verkwijnt, vertwijfelt, en verhardt; Maar ook voor 't staag genot van al te bUjde dagen; Meng met het zoet ook 't zerp der ons zoo nutte smart!

Aan 't afstaan van den wil is 't waar geloof verbonden. En 't kwaad behoort niet meer wien 't ongeveinsd berouwt.

Diens hart besprenkelt reeds de bron van Jezus wonden. En Hy loed ze op zijn hals by 't schuldendelgend hout. JIE4IA XLIIT, U.

Die, zonder steunsel, alles schraagt, En H eeuwig-zeker lot Van alles op zijn adem draagt? Wie is, Wie is hy? Wie is Hy, die zoo diep, zoo hoog, Als aller Wezens Vorst, Het nl op zijne handpalm torscht; En 't met den opslag van zijn oog Beweegt, en drijft, en schorscht?

Digitized by VjOOQIC Hoe durven we opwaart tot U zien Met wroegingvol gemoed? Hoe dubbel zalig hy die viel. Door U weer opgericht! Digitized by VjOOQIC 'T GEBED.

Het stormgeweld zich in laat teugelen. Waar 't woedende op de baren rijdt! Al overschreeuwt het piepend lied Ontboezemd in mijn leed, Den heeschen schorren kreet Van uw ontembaar krijschen niet, Niet minder scheurt het wolk en lucht Wanneer mijn borst ten hemel zucht, Om door een duizendtal van kringen Tot 's Hoogsten zetel door te dringen , Naar aller zielen toeverlaat.

Vermaking, Maar, daar in 't ongenaakbre licht, Waar, voor Uw throon gestrekt. De Seraf 't oog bedekt , En siddert voor Uw aangezicht; Waar de ongeschapen heilzon blinkt, En 'tal van Hallelujahs klinkt; Daar, GoJ, schouwt Ge op dit aardrijk neder, Als vader, ons weldadig, teder.

En vloeit ons zegen van Uw hand! Daar, in 't gejuich der Hemelchoren, Wilt ge ook den stervling bidden hooren , Den machteloozen slijkverwant.

Wie zijn wy, wriemlend wormgebroed. Dat Gy er 'toog op slaat, Voor ons den dageraad In blijde schittring rijzen doet.

Voor ons den grond met bloemen strooit , Met rijpend goud onze akkers tooit. Met sappig ooft de boomgaard zegent. Uit wolken vruchtbre teelkracht regent, Het zaad in 'saardrijks boezem stooft?

Wie zijn wy dat Ge ons, zondenslaven , De volheid kwist der duizend garen, Die onze logheid zwelgend rooft? Wie zijn wy? Een drop ; maar die der bron ontschiet , Die hemel, aard, en zee doorvloeit!

Ja wy , ook wy , met de Englenreien Bestemd uw glorie uit te breien, Wy bidden U, schoon duizlende, aan! Wy smeeken te uwaart, en Gy hoort.

Geen stormend windgeblaas, Geen raatlend wolkgeraas. Door lucht en neevlen heen zal breken; Niet op d'onzuivren adem drijft, Digitized by VjOOQ IC 't gbbed.

Gy hoort, 6 ja, verhoort. My, nietig aardekroost, Uit slechten klei gebootst I My die Uw oogwenk niet verdien.

Gy, ja, verhoort ons zielsgebed. Gy hebt Zijn offer aangenomen! JEZUS INTREDE TE JERUZALEM. Vermakingy Digitized by VjOOQIC 16 JEZU3 INTBEDE TE JBBUZALEM.

Niet omstuwd van lijfstaffieren Met een schitterenden drom, Onder 't tromp- en paukgebrom Van een vorstlijk wellekom. Zwevende den Hofstoet om Met ontplooide feestbauieren , In den praal der majesteit, Maar in stille staatlijkheid.

De Idumeesche palmenmeien Van een juichend vaderland Zweven echter hand in hand, 't Galmt en juicht aan allen kant, Oog en boezem blaakt en brandt; Kleeders ziet men 't pad bespreien I 't Is de Vorst uit Judaas stam.

Die in 't zijne wederkwam! Ja, door wanden, lucht, en dalen, Barst het blijd Hozanna uit: Heil den grooten Davidsspruit!

Digitized by VjOOQ IC JBZU3 INTEEDE TB JEBUZALEM. Groen' de lauwer om 'thelmet! Grooter zege wordt bevochten , Waar de Leeuw uit Judaas bloed Ter gewisse zege spoedt.

Met geen hartontzettend brallen, Dat by 't manenschuddend hoofd Lucht en wolkgespansel klooft, En in 't boschgeruisch vergroofd.

Vrede brengt Hy, heil, en zegen, By ver winning op de Hel. Hy , de Vorst van heil en leven , Nam den mensch als broeder aan, Om hun pkgen te ondergaan; Komt ze Ujdend wederstaan, 'sAfgronds macht in banden slaan.

Ons de onnoozelheid hergeven; Hy, Verborger, komt den zoen Met zijn eigen bloed voldoen. Digitized by VjOOQIC 18 JEZUS INTBEDE TE JERUZALEM. Rijs, onhandige Aard verdelger , Die de wareld overmocht , Alles in uw band omvlecht!

Uw verwinnaar is naby! Van scharlakengloed omhangen. Noch met goud of loverkroon, Spreidt hy hier den Vorst ten toon Die als Davids Heer en Zoon , Op den Vaderlijken throon, Isrels hulde gaat ontvangen, 't Is de diepste needrigheid.

Die hem tot de kruisdood leidt. Aardrijk, val, ja val hier neder, En gy, stofuit 's aardrijks schoot!

Vrijgekochten door zijn dood , God werd uw natuurgenoot! Heeft in menschenborst geblaakt! Digitized by VjOOQ IC Gloeit en vlamt van vreugde en dank!

Lofzingt Jesses wortelsprank! Hy belaadt zich met uw zonden. Met uw krankten, AdamskroostI Wanhoop, Onmacht, Traagheid, bloost! Zuchten, die benaauwdheid loost, Ja verheft u, maar getroost, Hy is Heeler aller wonden.

Hem zij eer! Jezus zij mijn deel; niets meer! Gy echter ziet den dank, den wierook onzer zangen, Ofschoon ze in nevels, ons omweemlend, blijven hangen, Genddig aan; en zelfs de Seraf vo.

Digitized by VjOOQIC 20 CHRISTEN PAASCHZA. Wie ben ik die u zou vereeren? Vergeef de driestheid van mijn poging, van mijn taal.

Zoo zij U H feestlied, hoe onwaardig, opgedragen. U zing, U viere ik dan; U zinge ik, roem der dagen Die , na 't en merg en been doorschokkend 't is volbracht Dat de aarde dompelde in een plotselijke nacht.

Als 't licht ten derden maal in 't Oosten werd herboren, liet donkre hol des doods van Hemelglans zaagt gloren.

Volheerlijk was de dag toen 'teerste daglicht wierd; Volheerlijk, toen onze aard met kruiden stond versierd; Toen 's hemels lichten door het luchtuitspansel blonken, 't Azuur een akker scheen met verschgezaaide vonken, En aarde en waterstroom met leven werd vervuld; Toen 'teerste menschenpaar , bewustloos nog van schuld, In 't bloeiend Paradijs eikaar in d'arm gevlogen, In 't onbegrijplijkst heil des levens opgetogen, Versmolten in den dank hunn' Schepper toegeweld.

Maar heerlijk ook de dag, toen, door Uw kracht geveld, De dood zijn banden zag verbroken , 't graf ontsloten , En Jezus, in triomf op Hel en Helgenooten, liet leven uit het stof hernemen ons ten heil!

De rotsen scheurden by Uw doodsnik, de aarde beefde. Natuur bezweek, de zon verduisterde, als Gy sneefde, De dooden wandelden, in 'saardrijks hart ontrust.

En 't scheen. Natuur was zelfs het leven uitgebluscht. Maar wie zal Judaas Leeuw, wie Isrels God bedwingen?

Waakt , wachters! Hier ligt ontembrer dan de ontembaarste aller leeuwen. Digitized by VjOOQ IC CHBISTEN PA. Hy heeft ons leed getorst , Ons gruwzaam zondepak door dood en Hel gedragen.

Verlosten door zijn bloed, wat kunt ge? Ja , juicht en klaagt: 't is plicht. Juicht in uw schuldverzoening. De redding uwer ziel door 's Hoogsten wraak voldoening; Maar klaagt, beklaagt uw schuld die 't onbesmette Lam En ach, tot welk een prijs!

Het vreeslij k uur was daar. De nacht van bloedzweeidroppen, Van angstig voorgevoel en stikkend boezemkloppen , Waarin zijn menschheid al 't verplettende onderlag Van 's menschen schuld, kroop om; — en de akelige dag Scheen dralende om het hoofd ter Oostkim uit te beuren.

Men durft Hem, afgetobt, voor Annas zetel sleuren; Kajafas ondervraagt, verafschuwt hem; de Eaad Van Priesters doemt en vloekt en hoopt hem op met smaad ; Den Landvoogd wordt zijn dood oproerig afgedrongen.

Hy zwijgt en lijdt! Ja lijdt wat mensch- of Englentongen Niet uit te spreken is. De rustdag was voorby. Als voelde 't zich bewust van 'saardrijks nieuwen zegen.

Geen windtjen zuisde , en 't scheen of in dit morgenuur Verwachtend uitzicht slechts de ziel was der Natuur. En treedt hem, overheerd, in eigen boei geslagen.

Te pletter, onder 't wicht van Zijnen zegewagen Die door de wolken snort. En kust , in 't stof geknield , de op 't kruis doorboorde voeten.

Mnar 't vrouwenpaar genaakt, wier hart Hem teerst verknocht. Haar lijf- en zielarts in de grafspelonk bezocht, Met lijkzalf toegerust en kostbre speceryen, Om 't zielloos overschot heur laatsten dank te wijen.

Hoe is haar 't hart beklemd! Hoe heel heur ziel verdiept in 't zwijgende gebed! Hoe angstig naadren zy!

En ziet de plaats waarvan uw doode is opgestaan: Hem houdt geen grafspelonk , geen lijksteen. In 't graf is 't leven niet te zoeken. Maar in een helder licht Stond daar de Heiland haar nu kenbaar voor 't gezicht.

Jn, zalig die dat woord, die Qodsstem, aan mocht hooren ,. Dit smeeken we, in Uw bloed, door U verloste zielen.

Stort Uwen balsemtroost by 't heelend zielbedroeven! Ja, stort den vuurgeest die ons heiligt, op ons neer.

En leven we U! Digitized by VjOOQIC SIMEON. II, Ja, Gy moest alle wet vervullen, Gy, die de wet ontbinden gaat. Wat zoude ik 't vlijmend zwaard zien blinken dat haast door 't hart der moeder vaart?

Digitized by VjOOQIC SIMSON. Verzoening door dat bloed verkregen Verheft nu 't graf tot zegekoets. Neen; maar, door zijn lippen, de Geest der Waarheid uit zijn borst.

Die ademt in orakelspreuken terwijl zijn arm het Wichtjen torscht. Hy sprak, en God verhoort zijn bede; Zijn boezem juicht, hy gaat in Vrede, En smelt in daauwende avonddrop; De Zaligheid ontsluit haar kringen.

Tot nog bedekt voor stervelingen, En neemt hem in verrukking op. Ontwaak, o stervling! Vereend in samenvlietM Uit 's Hemels hoogte klonk de zang En daalde op 'taardsche dal: De stem van 't lovend Hemelchoor Klinkt lucht en veld en rotsen door.

En weergalmt overal. O Vreugd! Waar in de Hemel nederdaalt. Ja, glorie, eer, en dank zij Grod' Zoo hoog de Hemel strekk'!

Hy schenkt aan de aard de Vrede weer, Genade daalt verlichaamd neer In Bethlems needrig vlek. Treed toe, en kniel voor deze kreb, Eenvoudig herdrentall Erkent in dit, dit teder wicht Dat hier op 't stroo in windsels ligt , Die d'Aartswolf temmen zal!

Aanbid en breng uwe offers hier, Gy, wierooktelend Oost! Kniel, wijsheid van het Morgenland! En gy , mijn ziel , naar 't heil versmacht!

Hier, aan dees maagdeborst, Ligt Hy die 's Levens bron ontsluit: Barst hier in dankvervoering uit, Hier laven we onze dorst!

HET YERLOREN PARADIJS. VervTillet de aarde, en ondenrerptse , CD hfbt heerechappj. Ja, HEden is voorby: de roekelooze hand Heeft heil en leven op-geofferd aan de tand.

En kommer, krankte, dood, zijn 't geen ons is gebleven. Vergeefs te rug gezien! Ons deel is lijden , sneven ; Niets meer.

Kampzalig kroost van uit verdorven bloed , Wat hoopt, wat wilt gyP Zucht, dewijl gy zuchten moet! Zich slaaf te voelen in zijn wettig Koninkrijk?

Gy, Heer des aardrijks, wien de scepter was verschuldigd, Wien al 't gedierte op aard gelyk zijn Leenvorst huldigt.

Indien 't uw recht is en geen ingebeelde waan, Waar is, waar bleef 't ontzag in uwen onderdaan? Waar komt hyeene of leeuw zich krommen voor uw voeten?

Waar, pantherdier of draak u als zijn meester groeten? Ja, de algemeene moeder Verschaft u slechts door dwang het zuur te winnen voeder, 't Is alles om u haat en afschrik , waar ge u keert ; En, heet dit koning zijn die 't wareldrond beheert!

Neen menschenkind , gy zijt die Vorst niet meer der aarde. De zonde, 'tkankrend kwaad dat ziel noch lichaam spaarde, Ontthroonde, ontadelde u, verstiet u van uw rang.

Ontwrong uw vuist den staf en breidel van 't bedwang. En 't weerloos lichaam krimpt voor kou en zonnestralen, Ten prooi aan duizenden van onopnoembre kwalen.

Waarvoor u 't aardrijk als uit deernis ach, om niet! Van uit haar moederschoot slechts bittre spruitsels biedt. Erkent het, stervelingen.

Nog heft ge 't oog om hoog naar d' oorsprong aller dingen ; Het oog! Uw helderheid van geest Behoudt u in den rang voor 't onvernuftig beest: Uw kracht is in 't verstand , in 't stralend licht der reden , Wees moedig op die bron van uw voortreflijkheden!

De dorre onvruchtbaarheid vliedt waar ge u nederzet, En 't dorstend runddier gtiat in 's boschleeuws den te wed. De logge walvisch schuiie in 't ongenaakbre Noorden, Gy wilt, en 't schrikgedrocht geeft d'adem op uw boorden; Digitized by VjOOQIC HBT VEBLOREN PABA.

Bestijgt door sneeuw en ijs der adelaren nest, En — smelt den morgenstond in 't avondtelend West. Ja de Elementen maakt ge uw dienaars, op uw wenken Gedienstig.

Hoe heerlijk. Heer van 't ondermaansch Heelal, Waar 't harte slechts tot U, zijn Schepper, opgeheven. En mocht het niet aan de aard en eigen wil verkleven I — Ja; viel hem, wettig Vorst, de scepter uit de hand, Hy nam ze en won ze weer, maar thands als dwingeland.

Of durft hy trotscn op zijns meesters vrije gaaf, Hy, vuigen driften en der aardsche boosheid slaaf! Leeft, leeft hy om zijn God te danken, lof te bieden, In 't onderworpen hart de zelfheid uit te wieden, 't Verstikkend onkruid dat een wis verderf bereidt?

Is de afval niet de vrucht der gruwbre ondankbaarheid? En wordt , zoo 't zinlijk hart niet dag aan dag verbeestlijkt , 'tOnstoflijk deel niet steeds verlichaamd en ontgeestUjkt.

Keer, stervling, tot uw God die u den adem schonk, U 't hart verwarmde door de onschatbre levensvonk. En 't hersenweefsel kneedde om Hem als God te erkennen.

Hy doschte uw schoudren niet met steigrende arendspennen Om in een hooger kring te waden door de lucht. Maar vormde u 't harte tot een meer verheven vlucht.

Wat kruipt ge? En 't logge lichaam niet meer aantrekt I Menschenkind lYiens adem en wiens bloed verwaassemt in den wind. Maar , stofloos door den geest vermaagschapt in den hoogen Met Englen, voor den throon der Almacht neergebogen; Met hun bestemd om, thands in 'tstofkleed en hierna, Digitized by VjOOQIC 30 HST VEBLOBSN PAEADUS.

Uw Eden wacht u weer, 't verlorene is vergoed. DE JORDAAN. Maar zachte golQens rolt tot effen waterbaan! U groet ik, die by Gihons raischen Den Tempelheuvel langs komt bruischen, Zijn weisprank in uw arm omvangt.

En aan wiens naam en helle wateren Het eeuw- aan eeuitental doorklateren Van duizenden van wondren hangt. Hoe staat me uw splijtend nat voor oogen Wanneer Aarons priestrenstoet In statierijen opgetogen.

Bewolkt van Jaöos Alvermogen, Zijn Bondkist droogvoets droeg door uw ontzetten vloed; Daar, in uw zondkil afgetreden, 't Bazuingeschal door heilgebeden Aan feest- en zegezangen mengt.

En gy uw ingetoomde baren Tot muren heft voor Jacobs scharen. Digitized by VjOOQIC DE JOBDAAN. Gy, heiligste der hoofdrivieren Die 'saardrijks oppervlak doorzwieren, Gewijd aan Mozes leergestoelt!

Vergeefs , in 't spoor van Zijne schreden , Door 't puin van lang verwoeste steden, Gants Palestina door- en weder door-gerend I Aan 'twangeloof ten prooi geschonken, Verglommen daar de laatste vonken Van 't licht dat in uw kim ontgloor; En 't blinkt zij u de roem gegeven!

Maar echter wat herinneringen! Hier zag mijn Heiland 'tmenschlijk licht: Hier, onder 't juichend Englenzingen!

Hier bogen Thabors, Karmels, toppen Voor Zijnen Goddelijken voet. Hier heft de Kruisberg voor mijne oogen Zijn heuvelvlakte naar den hoogen, Waar 't hemellieilig bloed op vloot!

Hier stroomde en gudste 'tuit Zijn wonden, Ten zoen, o God! Doch wat, wat zoeke ik naar die plasschen Daar uitgegoten over 't zand; Il Zal daar geen spoqr daarvan verrassen ; 'kBen in die heilfontcin gewasschen, Doorvloeit, doorstroomt zy niet ons dierbaar Vaderland?

Ach, waar Uw naam wordt aangebeden, Onze onmacht by Uw zoen beleden. Daar vloeit het in den zuivren Doop.

Daar voedt Uw lichaam, hun gebroken Die eigen deugd geen wierook rooken, Den boezem in Geloof en Hoop. Ach, Heiland, in wiens naam we aanbidden, Gy onze Heiland, God, en Heer!

Wees met Uw Heilgeest in ons midden. Waar, hoe omhecht met distelklidden , 't Zich-zelf bestrijdend hart zich opheft tot Uw eer!

Hier, waar Ge Uw kudde hebt verzameld, Waar de eenvoud nog Uw lofzang stamelt Met teedren kinderlijken mond; Het bukkend hoofd met graauwe hairen Uw naadring in 'tgemoet' mag staren; Uw Woord zich onvervalscht verkondt: Hier blijven, Mlozoofsche logen En halsstark Ongeloof ten spijt.

Voor Uwen naam zij 'tal geleden! Digitized by VjOOQIC DB JORDAAN. Maar , moeten we in. En Gy die zalig maakt, Gy zaligt ons 't geween. Ja, 't zij wy neergebogen mden, Het zij we ons in Uw heil verblijden, Gy zijt de rots van onze ziel; En wat Uw hand heeft aangegrepen, Zal Hel noch Wareld met zich sleepen.

Nooit iets wat aan die hand ontviel! Wat wil die grond, met naalden, zuilen. Gedenk- en merksteen overdekt? Hoe kunt ge er dan belang in vinden, Of hoe , of waar 't zich zal ontbinden In heidezand of marmersteen?

Neen, 'tstofklein zaad bewaart de plant; Ook 't ware lichaam, dat geene oogen. Geen handen zien of tasten mogen. Houdt zelfs in 's Doods verwoesting stand.

In 'tdoodstof blijft een kiem van leven Verborgen tot Gods adem blaaz: Digitized by VjOOQIC OP EEN KEBKHOF IN DUIT3GHLA.

Dat stofbeginsel , onvergauklijk , En door 't gewormte nooit verknaagd, Van 't zichtbre lijkstof niet afhanklijk , Ontspruit wanneer die morgen daagt.

Dat zal, weer opgewekt ten leven Om Jezus in 'tgemoet te streven Wanneer Hy op de wolk verschijnt. Weer uitgebreid in andre leden.

Zich met geene aardstof meer omkleeden Die altijd wisselt en verdwijnt. En wat, wat zal by dat verrijzen. Ons pracht van graf of lijksteen zijn?

Wat zal zy, dan een trots bewijzen De ziel tot schaamte of wroegingpijn? Neen, terg voor 's Rechters vlammende oogen Haar wroeging niet met eerebogen; Speel 't nietig grasbloemtj' op ons graf.

Weg tomben, zu'den, schriftgraveersel , En leg by 'taaklijk wormverteersel , 6 Mensch, de trotschheid eindlijk af!

Digitized by VjOOQ IC EUST. Uit heesters van de rots! Digitized by VjOOQIC RCST. Is in een wenk voorby. En tot verkrijging van dat niets Was Hhart zoo lang beangst.

Jaag op den grond uw schaduw na. Neen ; 't geen niet afhangt van uw wil , Hecht daar uw hart niet aan; Maar zoek wat niets u rooven kan.

Wat nooit u kan ontgaan. Wat geeft al 'saardrrjks overvloed Den stervling troost of baat. Zoo, na een duimbreed levensduur Zijn ziel verloren gaat?

Digitized by VjOOQIC BUST. Neen, wijzer hy, die 's levens stroom Door vruchtbare akkers leidt. En in de oprechte vrees voor God 2Ujn pad met weidaan spreidt!

Zoo drift of roekelooze zucht Haar wet te buiten streeft, Ach, onrust, jammer, wrevel, pijn. Is al wat gy beleeft. Hoe zalig, ach! Die gadert honig vun de rots, Perst balsem uit den steen.

En sluit in 't hart een dierbrer schat Dan ooit de zon bescheen. Deze aard, van niets dan doornen vol, Is hem een paradijs.

De moed zij vast , de boezem rein , En dan , barst uit , gy Zangen! Die Eeuw waarop mijn uitzicht staart, Die in myn hart zich openbaart!

Geef, Heiland, 't zij mijn oog haar ziet. Of 't rijzend kroost heur heil geniet'. Digitized by VjOOQIC 40 EEUW. En als die blijde Meilzon straalt, Hls uit met Godsdienstschennis!

Kan God dus sprak ik , zoo weldadig. Dus alles zeegnen wat er leeft ; En ons, zoo hard en ongenadig Onthouden, waar ons hart naar streeft: Gy meldt my, velden, boschchoralen , En alles wat uw aanzijn smaakt; Waar is voor my 't geluk te halen.

Digitized by VjOOQIC QELUK. Voor u, 6 mensch! En H andwoord was een bloot geween. Gevolgd mar het Ihigelach van Dr.

HiBSR, maar met verandering. Digitized by VjOOQIC OPWAART. De Hemel is des Heeren, maar de airde heeft Hy der menschen kinderen gegeren. CXV, Ifl.

Ik zou mijn slagpen niet vermoeien In 'tgeesselen der Aardsche lucht, Met wolk of nevel door te roeien, Maar nam een hooger Hemelvlucht.

Neen , 'k vloog waar 's Hemels tentgordijnen Verr' boven 't effen luchtazuur, Van duizend starrenstelsels schijnen, En schittren van onbluschbaar vuur.

Ja, 'kzou hun draai- en wentelkringen Met immer groeiend zielsbegeer, Met onverzaadbre zucht doordringen, En denken aan geen aardrijk meer.

Digitized by VjOOQIC OPWAABT. Wat zoudt, wat wilt, wat kunt gy wenschen In 't voos gezwollen, ijdel hart. Dan strikken breien, koorden trenssen. Waarin ge uw eigen ziel verwart?

Leer in dit aardsch en neevlig duister Den glinster van de Godheid zien. Wat zoudt ge in stout en roekloos brallen.

Verhit door ijdlen hersenwaan, Met Lucifer onredbaar vallen Om nooit ach nooit O weer op te staan? Keer in u-zelf, zie daar de wareld Die ge onderzoeken moogt, ja moest!

Zie die vnn de onschuldglans outpareld, In schuld verwilderd en verwoest. Leer, leer u-zelf inwendig kennen En afschrik koestren voor u-zelf.

Hier dienen u geen arendspennen , Geen steigren door het luchtgewelf : Geen licht van zon of star te rooven Waar heeling voor uw boezemsmart; Neen, duik, en smeek den Geest van boven Die nederdalen wil in 't hart!

Gods Zoon kwam in de menschheid neder. En schoot ons stoflijk lichaam aan In liefde, meer dan menschlijk teder. Ja, die geen menschheid kan verstaan.

En trots en eigenwil verzaakt! Vemeedring voegt ons, stofgenooten , In dees benaauwden zondenklem; Geen andre wieken aangeschoten Digitized-by VjOOQIC 44 OPWAABT.

Dan van Geloof en Hoop op Hem! Maar de aardscbe ditialkolk uit te zweven Is aan geen aardscben hoogmoed veil. Neen , opwaart slechts in zelfverzaking , In onderworpen lijdzaamheid , In 'tsmeeken tot een heiligmaking Die ons ten Hemel toebereidt!

Gy, God, Gy schepper van die wonderen, Wier schoon, wier grootheid de oogen trekt, Maak, maak ze tot Uw machtverkonderen , Wier aanblik ons tot lofzang wekt; Geen voorwerp van nieuwsgierig gissen Waarin verbeelding spoorloos wroet!

Ontzien we in uw geheimenissen De hand die GodUjk schept en hoedt! Neen , 't is geen vrucht van 't veld, geen mijn- of berggeplonder, 't Is ziel verderf en gif; 't is Volken ondergang Dat ge in uw buik verbergt, en de Afgrond juicht van onder U toe, en 'tgolfschuim bruischt van zijn triomfgezang.

Wat decdt ge al volk by volk in hun verdelging zinken ; Waar zijt ge niet de val van zede en deugd geweest! Diese Beispiele können unhöflich Wörter auf der Grundlage Ihrer Suchergebnis enthalten.

Diese Beispiele können umgangssprachliche Wörter, die auf der Grundlage Ihrer Suchergebnis enthalten. Übersetzung für "gut gevögelt" im Französisch.

Naja, ich habe seit Wochen nicht mehr gut gevögelt. Bin, je n'ai pas eu de bonne baise depuis des semaines. Ich rede davon, so gut gevögelt zu werden dass du es erst drei Tage später schaffst, nach Hause zu kriechen.

Je te parle d'une baise si forte

Wer gut kegelt - wird gevögelt! () Plot. Showing all 0 items Jump to: Summaries. It looks like we don't have any Plot Summaries for this title yet. Be the first to contribute! Just click the "Edit page" button at the bottom of the page or learn more in the Plot Summary submission guide. Synopsis. It looks like we don't have a Synopsis for. Das Buch ist gut geschrieben mit netten Tipps, die man gut umsetzen bzw. probieren kann. Haben schon die ersten nachgemacht, sehr gut angekommen bei meiner Partnerin Lesen Sie weiter. 5 Personen fanden diese Informationen hilfreich. Nützlich. Missbrauch melden. timee-editions.com 5,0 von 5 Reviews: Wer gut kegelt - wird gevögelt! Schwarzhaarige () Rosi Nimmersatt Judy ().

Das neueste update Gut GeveuGelt auf meinem pixel xl ein. -

- Nein, und klicken sie auf das symbol benutzer, Dicke Titten Nackt, die Ihre, die es animalisch mgen. Die nchsten vier Jahre ging jeder seine eigenen Wege, ich liebe es zu wissen das du mich berrascht und mich auch vorderst. Chat Josefsdorf Freund Mit Schwanz Bilder Von lteren MäDchen Sex Porno Beim Sex. Also, grte bedrohung ist! Wen htte ich sagen mssen.
Gut GeveuGelt

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

2 Comments

Schreibe einen Kommentar

Deine E-Mail-Adresse wird nicht veröffentlicht. Erforderliche Felder sind mit * markiert.